Faillissementshulp.info
Hulpverlening bij problematische schulden en faillissement

Het Recht

Het faillissement is een rechtsfiguur uit het insolventierecht. Een schuldenaar die ten minste twee schuldeisers heeft, en in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen kan in staat van faillissement worden verklaard op grond van de Faillissementswet uit 1893. Het beoogde doel van het faillissement is: het te gelde maken van het vermogen van de failliet, ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. In Nederland leidt een faillissement in de praktijk echter slechts in één op de twintig gevallen tot enige uitkering aan de niet-bevoorrechte schuldeisers.

Zoeken


Faillissementen in het nieuws

ZZP'er vaak failliet door slecht inzicht in geldzaken

Doek valt voor Pamox Benelux

Duracar toch niet failliet

Meer over ontwikkelingen Dico wellicht binnen maand

'Dubbele petten Lakeman'

Duracar in Heerlen kan nu doorgaan

Faillissement Duracar opgeheven

Akkree Keukens failliet door hoge schulden

Meer nieuws ontwikkelingen Dico wellicht binnen een maand

Elektrische auto Duracar maakt doorstart

Akkree Keukens Uden failliet

Elektrische auto Duracar maakt doorstart

Faillissement zelfstandigen door gebrek aan financieel inzicht

Ajax in zee met FC Omniworld

Dit stukken vormen een faillissementsdossier
Indien u noch meer kunt voldoet aan uw schulden dan vormt er een levensgroot probleem voor u plus voor uw onderneming. Maar nog steeds

Gevolgen van faillissement

gevolgen van faillissementDoor de faillietverklaring verliest de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen (art. 23 Fw). In plaats daarvan verkrijgt de curator het beheer en de beschikking over dat vermogen (art. 68 Fw). Dit rechtsfeit heeft over het algemeen terugwerkende kracht tot 0.00 uur van de dag van faillietverklaring; betalingen die op de dag van de faillietverklaring door de schuldenaar zijn gedaan kunnen door de curator worden teruggedraaid. Het "faillissementsbeslag" betreft het gehele vermogen ten tijde van de faillietverklaring, maar ook al hetgeen de schuldenaar gedurende het faillissement verwerft (art. 20 Fw).

Daarop bestaan evenwel uitzonderingen. Zo vallen "het bed en beddegoed van de schuldenaar en diens gezin" volgens de wet niet in het faillissement, en evenmin "de gereedschappen van werklieden" (art. 21 Fw, art. 447 Rv). In de praktijk gaan curatoren al lang niet meer over tot verkoop van de inboedel van een gefailleerde natuurlijk persoon. Meubels, huishoudelijke apparaten, kleding en dergelijke kan de gefailleerde dus behouden. Ook een door de rechter-commissaris te bepalen deel van iemands salaris of uitkering blijft buiten het faillissement (art. 21 Fw).

Verplichting tot medewerking

De gefailleerde is verplicht om alle inlichtingen te verschaffen die de curator en de rechter-commissaris vragen. Bij het faillissement van een rechtspersoon bestaat deze verplichting ook voor bestuurders en commissarissen van de failliet. De rechtbank kan beslissen dat de gefailleerde in bewaring wordt gesteld (de IBS-maatregel) in een huis van bewaring, als hij zijn verplichtingen voortvloeiend uit het faillissement niet nakomt. In de praktijk wordt deze maatregel slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast, namelijk wanneer de gefailleerde niet meewerkt aan het onderzoek van de curator of wanneer het gevaar bestaat dat hij naar het buitenland vlucht. De IBS-maatregel kan ook worden ingesteld tegen de bestuurders of commissarissen in het faillissement van een rechtspersoon. Is de bestuurder op haar beurt ook een rechtspersoon, dan wordt net zo lang "doorgezocht" in de keten totdat men een natuurlijk persoon tegenkomt. Deze wordt dan als "middellijk bestuurder" aangemerkt.

Gevolgen voor bestuurders

In het algemeen worden rechtspersonen, zoals NV's of BV's, gescheiden van hun bestuurders, leidinggevenden en commissarissen. Dit betekent dat de rechtspersoon failliet kan gaan zonder dat de kopstukken gedwongen worden uit hun privévermogen bij te leggen. Soms kunnen ze echter toch aansprakelijk worden gesteld. Bij een faillissement van een rechtspersoon, bijvoorbeeld een B.V., kan de bestuurder ook in privé aangesproken worden op grond van de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid (WBA) (inmiddels vervat in artikel 36 Invorderingswet 1990 en derhalve alleen toe te passen door de Belastingdienst) en/of de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid in geval van Faillissement (WBF), vervat in artikel 2:248 BW. In voorkomende gevallen heeft een aansprakelijkstelling op grond van deze wetten het faillissement van de bestuurder in privé tot gevolg wanneer ook hij deze aansprakelijkheidsschuld niet kan voldoen.

Gevolgen voor schuldeisers

bedrijfs doorstartHet belangrijkste gevolg voor schuldeisers is, dat zij zelf geen actie meer kunnen ondernemen om betaling van hun vordering te verkrijgen. Zij moeten afwachten of zij, na afwikkeling van het faillissement, enige uitkering van de curator ontvangen. Tijdens het faillissement kunnen geen nieuwe beslagen worden gelegd. Het door een crediteur zelf reeds gelegd beslag komt met het uitspreken van het faillissement van rechtswege te vervallen. Het faillissement is immers een algemeen faillissementsbeslag op het gehele vermogen van de failliet. In uitzonderlijke gevallen - bijvoorbeeld om iemand te dwingen alimentatie te betalen - is civiele gijzeling mogelijk. Door de faillissementsuitspraak volgt echter ontslag uit het huis van bewaring, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt (art. 33 jo 87 Fw).

Indienen vorderingen

Geen enkele schuldeiser kan zich dus meer zelfstandig verhalen op het vermogen van de schuldenaar. In plaats daarvan moeten schuldeisers hun vordering indienen bij de curator, vergezeld van bewijsstukken (art. 110 Fw). De curator plaatst de vorderingen op een lijst. Officieel (art. 112 Fw) hoort de curator een lijst bij te houden van "voorlopig erkende" en van "betwiste" vorderingen. In de praktijk blijft dit onderscheid vaak achterwege, namelijk wanneer te voorzien is dat er toch geen enkele uitkering kan worden gedaan aan concurrente schuldeisers. Men spreekt dan van "aangemelde" vorderingen.

Uitkering

Slechts in ca. 5% van alle faillissementen is er voldoende activa om een uitkering aan concurrente schuldeisers te doen. In die gevallen dient de curator de ingediende vorderingen uiteraard wel te toetsen (conform art. 111 Fw). De definitieve hoogte van de vorderingen wordt vastgesteld op een verificatievergadering, een speciale zitting bij de Rechtbank waarop de definitieve lijst met schuldvorderingen wordt vastgesteld. Elke schuldeiser die het oneens is met een of meer vorderingen op de lijst, of met de aan die vorderingen toegekende rangorde, kan op de verificatievergadering bezwaar maken (art. 119 Fw).

Ook een schuldeiser die een vordering op gefailleerde pretendeert, kan bezwaar maken, in het geval de curator zijn vordering niet wenst te erkennen (verifiëren). Dit kan leiden tot een zogenoemde renvooi-procedure. Zijn alle vorderingen uiteindelijk vastgesteld, dan maakt de curator een uitdelingslijst op, waarop het bedrag is vermeld dat elke crediteur ontvangt. Dat is meestal een klein percentage van de oorspronkelijke vordering.

Restvordering

Het gedeelte van de vordering dat niet aan de crediteur wordt uitgekeerd, vormt een restvordering. Is de gefailleerde een natuurlijk persoon, dan kan de crediteur na het faillissement opnieuw proberen om betaling van zijn vordering te verkrijgen. In de praktijk schrijven veel crediteuren hun restvordering af na het einde van een faillissement.

Omzetbelasting

Omzetbelastingplichtige crediteuren kunnen de (reeds afgedragen) omzetbelasting over hun vordering terugvragen bij de Belastingdienst. Ontvangen zij een deel van hun vordering als uitkering uit het faillissement, dan bestaat die voor een evenredig deel uit omzetbelasting. Dat gedeelte kan dus niet worden teruggevraagd.

Gevolgen voor werknemers

Heeft de gefailleerde werknemers in dienst, dan kan de curator deze ontslaan zonder dat de gebruikelijke ontslagvergunning is vereist. Ook kan de werknemer geen aanspraak maken op enige schadevergoeding volgens de "kantonrechtersformule". Wel dient de curator hierbij een opzegtermijn in acht te nemen. Een ontslagen werknemer hoeft het ontslag niet aan te vechten om toch aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. Eventuele vorderingen wegens achterstallig loon en het loon over de opzegtermijn worden betaald door het UWV, dat daardoor een vordering verkrijgt op de boedel.

De curator kan van werknemers verlangen dat gedurende de opzegtermijn nog werkzaamheden worden uitgevoerd. Dat is immers ook zo tijdens een "normale" opzegtermijn.

De faillissementswet wordt gewijzigd door staatscommissie Kortman. Er wordt voorgesteld om rekening te houden met de maatschappelijke belangen als werkgelegenheid. Dit geld met name voor de fase voor het faillissement. Op 15 maart 2007 publiceerde het CBS met onderzoeker Luttikhuis over de stille rechter-commissaris als oplossing. Hier staat het boek van het Schoordijk instituut/Boom juridische uitgaven/CBS