Faillissementshulp.info
Hulpverlening bij problematische schulden en faillissement

Het Recht

Het faillissement is een rechtsfiguur uit het insolventierecht. Een schuldenaar die ten minste twee schuldeisers heeft, en in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen kan in staat van faillissement worden verklaard op grond van de Faillissementswet uit 1893. Het beoogde doel van het faillissement is: het te gelde maken van het vermogen van de failliet, ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. In Nederland leidt een faillissement in de praktijk echter slechts in één op de twintig gevallen tot enige uitkering aan de niet-bevoorrechte schuldeisers.

Zoeken


Faillissementen in het nieuws

Fietsfabriek maakt doorstart

Sjoerd Kooistra: Afscheid van een getapte jongen

Doorstart voor de Fietsfabriek

CBS: 41 landbouwfaillissementen in eerste kwartaal

Actueel overzicht: DSB Bank

DNB had DSB geen bankvergunning mogen geven

Winkels van De Fietsfabriek weer open

De Fietsfabriek gered

Topvolleybal in Weert failliet

Fietsfabriek gered van de ondergang

Faillissement in grafische sector, welke onderneming moet als werkge ver worden ...

Vandaag rapport over ondergang DSB

Faillissement in grafische sector, welke onderneming moet als werkge ver worden ...

Horecamagnaat Kooistra volgde eigen weg

Waarom rijdt u noch in een automaat?
Vond de opzegging niet of onredelijk laat positie (wat ongunstig is voor de uitvoeringsinstelling), dan wordt mogelijk een fictieve (ee

Boedel Verdeling

Alleen de opbrengsten die wél "in de boedel vallen" komen in aanmerking voor verdeling.

Eerst boedelschulden, dan faillissementsschulden

Uit de boedel worden allereerst de boedelschulden voldaan. Dit zijn, in beginsel, de schulden die noodzakelijkerwijs moesten worden gemaakt om het faillissement af te kunnen wikkelen. Hieronder vallen onder meer de kosten van de curator, gemaakte taxatiekosten, huurtermijnen na de faillissementsdatum, kosten van levensonderhoud van de gefailleerde en het salaris dat werknemers gedurende de opzegperiode ontvangen. Pas na betaling van deze boedelschulden kan - als er nog actief resteert - worden begonnen aan betaling van de faillissementsschulden, dat zijn de schulden die reeds op de faillissementsdatum bestonden. De wet is niet duidelijk over de vraag, welke schulden boedelschulden zijn en welke niet. Jurisprudentie heeft er in de afgelopen decennia toe geleid dat steeds meer schulden tot de boedelschulden moeten worden gerekend.

Wettelijke regels van voorrang

De paritas creditorum is het principe, dat alle schuldeisers voor de wet gelijk zijn. Aan elke schuldeiser komt, volgens dit principe, een pro-rata deel toe van de opbrengsten die het faillissement oplevert. De wet maakt echter een uitzondering voor "wettelijke regels van voorrang". Is er onvoldoende actief om de boedel- en vervolgens de faillissementsschulden geheel te voldoen, dan worden deze schulden voldaan met inachtneming van deze regels.

Een voorbeeld van zo'n voorrangsregel is het retentierecht, het onder zich mogen houden van te repareren zaken totdat er betaald is. Heeft een garage een auto gerepareerd en gaat de eigenaar failliet terwijl de auto nog in de garage staat, dan kan de garagehouder aanspraak maken op betaling van de reparatiekosten alvorens hij tot afgifte van de auto kan worden gedwongen. In de praktijk profiteren vooral de overheid (fiscus) en semi-overheid (UWV) van de voorrangsregels, omdat zowel belastingen als werknemerspremies onder de bevoorrechte (preferente) vorderingen zijn gerangschikt.

De wijze waarop vorderingen van verschillende rangorde worden uitbetaald, kan worden vergeleken met het volschenken van een piramide champagneglazen. Pas als het bovenste glas geheel gevuld is, begint het over te lopen en worden de glazen daaronder gevuld. Met het betalen van een lager gerangschikte vordering wordt dus pas begonnen, zodra een hoger gerangschikte vordering geheel is betaald. Genieten twee vorderingen een gelijke rang, dan wordt van elke vordering een evenredig percentage voldaan. Dit heet ponds-pondsgewijze verdeling.

De verdeling vindt dus als volgt plaats:

  • Allereerst worden, voor zover mogelijk, de boedelschulden betaald. Daaronder vallen het salaris van de curator, huur en salaris na faillissementsdatum.
  • Het eventuele restant gaat naar de bevoorrechte (preferente) vorderingen, waaronder de aanvraagkosten van het faillissement, rijksbelastingen en premies.
    Het eventuele restant gaat naar de concurrente ("gewone") schuldeisers.
  • Indien de concurrenten geheel zijn voldaan, gaat het restant naar de eventuele achtergestelde schuldeisers.
  • Is er zelfs nu nog geld over, dan wordt dit uitgekeerd aan de aandeelhouder(s) indien het een NV of een BV betreft. In het faillissement van een natuurlijk persoon gaat het restant naar de gefailleerde zelf.
Meestal is er bij lange na niet voldoende geld om alle schuldeisers te voldoen. Vaak ontstaan er dan conflicten of zelfs procedures tussen een schuldeiser en de curator, of schuldeisers onderling. Wanneer kleinere bedrijven concurrente schuldeisers zijn, betekent dit vaak dat ze zelf in betalingsnood komen. Een keten van faillissementen kan dan het gevolg zijn.

Opbrengsten die buiten het faillissement vallen

Tal van zaken die de curator in de boedel aantreft, kunnen buiten het faillissement vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien er een hypotheek is gevestigd op het bedrijfspand van de gefailleerde, of wanneer de gefailleerde zaken heeft verpand aan een derde, bijvoorbeeld aan de bank. pand- en hypotheekhouders (ook wel separatisten genoemd) vallen strikt genomen buiten het faillissement, zodat zij hun rechten kunnen uitoefenen alsof er geen faillissement was. Zij kunnen de verpande of verhypothekeerde zaken dus verkopen en de opbrengst zelf behouden. Voorts kunnen crediteuren die onder eigendomsvoorbehoud hebben geleverd, de geleverde zaken - voor zover die zich nog in de boedel bevinden - terugvorderen van de curator. Dit heet revindiceren. In bepaalde gevallen zal de curator wel een boedelbijdrage vragen voor verleende medewerking, bij het (laten) uitoefenen van de rechten van derden.